
Start van het experiment
Tijdens de les biotechnologische wetenschappen maakten we zelf boter om beter te begrijpen hoe dit product ontstaat en welke processen daarbij een rol spelen. We begonnen met een mengsel van melk en karnemelk dat we samen in een stevige fles goten, zodat we het gemakkelijk konden schudden tijdens het experiment.
Het mengsel voorbereiden
In de karnemelk zaten levende fermenten die belangrijk zijn voor de smaak en voor de veranderingen in het mengsel. Deze fermenten zorgen ervoor dat het mengsel een licht zure smaak kan ontwikkelen en dragen bij aan het proces dat uiteindelijk tot boter leidt.
Het mengsel koud houden
Nadat het mengsel in de fles zat, voegden we enkele stukjes ijs toe om alles goed koud te houden tijdens het experiment. Het koude ijs hielp om de juiste omstandigheden te creëren, omdat temperatuur een belangrijke rol speelt bij het vormen van boter.
Het schudproces
Daarna draaiden we de dop stevig op de fles zodat er niets kon uitlopen en begonnen we met het schudden. We moesten de fles ongeveer zestig minuten lang blijven schudden, waarbij iedereen in de groep om de beurt meehielp omdat het best vermoeiend was.
Veranderingen in het mengsel
In het begin bleef het mengsel vloeibaar en leek er nog niets te gebeuren, maar na een tijdje merkten we dat de structuur langzaam dikker werd. Door het voortdurende schudden begonnen de vetdeeltjes zich samen te klonteren, waardoor er geleidelijk kleine stukjes boter ontstonden.
Het resultaat: boter
Toen we de fles openden, zagen we duidelijk dat er vaste stukjes boter waren gevormd en dat er ook een dunne vloeistof was overgebleven, namelijk karnemelk. We scheidden de boter voorzichtig van de vloeistof en konden daarna onze zelfgemaakte boter bekijken en zelfs een klein beetje proeven.
