10-11 augustus

Schrijfster van dienst: Mvr. Jacobs.

Zoals Bart eerder schreef, trokken we er het voorbije weekend op uit. Sinds deze ochtend echter ligt de focus terug op datgene waarvoor we naar hier gekomen zijn. Werken uitvoeren in de school in Nyakabiga. Ondertussen telt ons team 12 leden. Gianni en Colin kwamen gisterenavond toe en zullen gelijk met ons terug naar België reizen. Deze sympathieke West-Vlamingen staan samen met onze collega’s in voor de activatie van de zonnepanelen.

Over het voorbije weekend. Zaterdagochtend na het ontbijt, het is dan 8 uur, vertrekken we. Onze eerste stop is in het MPI in Mutwenzi. We stoppen hier heel kort om een delegatie broeders en novices af te zetten en rijden dan onmiddellijk door naar de boerderij die gevestigd is in Nyabikere. Rond 11 uur komen we aan. We worden hartelijk ontvangen door de broeders die er wonen en zij nemen ons mee voor een wandeling doorheen het domein. We zien een veld met ananassen, (zoete) aardappelen en heel wat bananenplanten. Er wordt ook mais geplant en koeien gehouden. Dicht bij de woning van de broeders zie ik ook uien, boontjes en erwtjes staan. Het domein beslaat maar liefst 12 hectare. Een serieuze oppervlakte om te onderhouden. Tijdens het hoogseizoen zijn er ongeveer 250 mensen nodig om de velden te bewerken. Velen hiervan wonen aan de rand van het domein dat eigendom van de broeders is. Tijdens onze wandeling zien we in de verte (kleine) kindjes lopen. We doen hen teken om dichterbij te komen omdat we een en ander voor hen hebben meegenomen. In het begin zijn we eraan voor onze moeite. De kleintjes verstoppen zich, ze hebben immers nog nooit een blanke gezien. Heavenly heeft een pakje ballonnen meegenomen en samen met de andere leerlingen en mijnheer Van Herreweghe blazen ze er een aantal op. De kleurige (voor hen wellicht totaal onbekende) dingen trekken toch hun aandacht en de grotere kinderen, gevolgd door hun kleine broertjes en zusjes, komen op ons af.

Mijn hart breekt. De meeste kinderen lopen blootvoets. De kleertjes die ze aanhebben, hangen amper aan elkaar. Naast de ballonnen hebben we ook snoepjes mee. We delen ze uit. Ik voel me schuldig en ben best verward. Wellicht was het naïef te denken dat deze extreme vorm van armoede niet meer bestaat. Ik word wel serieus met mijn voeten op de grond gezet, nu ik ermee geconfronteerd wordt. We passeren een meisje, ik schat haar 10 jaar, die op de terugweg is van de waterput. Een emmer op haar hoofd, een lieve lach van oor tot oor. Arne geeft haar een balpen, ikzelf een aantal snoepjes. Haar armen zijn net lang genoeg om de emmer boven haar hoofd vast te houden en toch slaagt ze erin om een arm naar beneden te doen om de snoepjes aan te nemen. Ze bedankt ons vriendelijk en zet haar tocht verder. Een van de broeders vertelt mij dat het een meisje is dat tijdens de vakantie werkjes voor hen uitvoert en daarvoor wordt betaald. Ook al is onze ontmoeting kort, ik vergeet haar nooit. In mijn ogen is het een held op teenslippers.

Na onze wandeling nodigen de broeders ons uit voor een maaltijd. We eten als koningen. Rijst, bonen, bakbananen, gebraden geit en een saus met aubergines. Als dessert is er zelfgekweekte ananas. Ik besef heel goed hoeveel geluk we hebben.

Wanneer we buiten komen, merken we dat de kindjes die we eerder hebben ontmoet, ons buiten staan op te wachten. We delen onze laatste snoepjes uit en merken daarbij dat lef en assertiviteit eigenschappen zijn die overal voorkomen. Ook bij blootvoetse kindjes op het platteland in Burundi.

Ik bedank de broeders voor hun gastvrijheid en de lekkere maaltijd en stap op het busje. We zetten onze tocht verder en rijden terug naar Mutwenzi. Daar is het MPI gevestigd waar er tijdens het schooljaar ongeveer 250 kinderen met een mentale of lichamelijke beperking verblijven. Het is ook op deze locatie waar de broeders in opleiding, gevormd worden. Broeder Charles trakteert ons op een verfrissend drankje en we krijgen de lokale nootjes aangeboden. Daarna krijgen we ook hier een rondleiding. Hetgeen ik gezien had in Niyabekere ligt nog vers in mijn geheugen, de situatie in het MPI is ook schrijnend. Een tiental kinderen verblijven ook tijdens de vakantie op school. Hun ouders komen hen niet ophalen. Geboren worden met een beperking of leven met een handicap en dat in een land zoals Burundi. Deze twee staan lijnrecht tegenover elkaar. De gebouwen waar de leerlingen verblijven, de sanitaire- en slaapvertrekken, ze liggen er maar droevig bij. Ook hier echter zijn de kinderen hartelijk. Ze begroeten ons heel spontaan en één van de meisjes komt ons allemaal een knuffel geven. Net voor we terug op het busje stappen, brengen we nog een kort bezoek aan de “molenaar”. In de school is ruimte waar een aantal machines staan waarmee graan, mais of maniok kan worden gemalen. Inwoners uit de buurt kunnen voor een symbolisch bedrag met hun waren naar de school komen en ze laten malen tot bloem. Een mooie geste van de school wanneer je weet dat ze hiervoor normaalgezien per kilo moeten betalen.

Onze chauffeur neemt ons vervolgens mee naar de markt in Gitega (de administratieve hoofdstad van Burundi). We kijken onze ogen uit. Honderden paren schoenen staan uitgestald, vrouwen die mini-visjes willen verkopen. Kraampjes met doe-het-zelf spulletjes, plastieken bidons en juten zakken gevuld met bonen in alle mogelijke kleuren. Je kan het niet zo raar verzinnen, of het wordt er verkocht. Het wordt al laat en we hebben nog een hele weg af te leggen, dus blijven we niet lang op de markt.

Ik ga op het plaatsje achter de chauffeur zitten en we vertrekken. Zoals steeds is het druk op de weg, verkeersregels zijn aan de Burundezen niet besteed en de claxon wordt net iets meer gebruikt dan richtingaanwijzers.

We sluiten onze dag af met een maaltijd in Kuwinterekwa.

Zondag verzamelen we opnieuw om 8 uur. Broeder Désirée rijdt met ons naar de kathedraal van Bujumbura waar we de mis bijwonen. De kerk zit vol en de liederen zijn oprecht zo mooi gezongen. Alle vrouwen zijn piekfijn uitgedost en dragen kleurrijke gewaden. Echt heel mooi om te zien.

Bij onze terugkomst brengen we een bezoekje aan de gebouwen van het Lyceum. Mijnheer De Lepeleire en mijnheer Bruggeman waren aanwezig bij de opening van de school in 2022. Wij hebben nu ook het voorrecht om deze nieuwe, prachtig gebouwde school te bezoeken. Hoedje af voor wat de bevolking hier heeft gerealiseerd. Stiekem een beetje jaloers op de beschikbare ruimte en de nieuwe gebouwen.

Onze rondreis Burundi krijgt op zondagnamiddag een leuke afsluiter. We gaan naar het Tanganyikameer. De broeders brengen ons naar een 5-sterrenhotel met zwembad. De jeugd maakt hier graag gebruik van en zoekt de verfrissing op. Ook mijnheer Bruggeman waagt zich een aan een olympisch record rugslag. Na vier lengtes komt echter het besef. Het bad is te kort. Een record komt er niet.

Tot slot even laten weten dat we gisteren een jarige in ons midden hadden. We vroegen aan broeder Désirée om contact op te nemen met het hotel en een taart te voorzien. Niettegenstaande het feit dat mijnheer De Lepeleire niet graag openlijk wordt gefeliciteerd en het liefst had gehad dat zijn verjaardag in stilte zou passeren, was hij aangenaam verrast met de attentie die we voor hem hadden georganiseerd.

De taart was lekker, ons weekend goed gevuld en interessant, bij momenten best  beklijvend, maar vooral onvergetelijk.

Tot de volgende!

*Momenteel kunnen er geen extra foto’s worden toegevoegd vanwege het beperkte internet.

Vrijdag 9 augustus: On a soif!

Schrijver van dienst: Bart Bruggeman.

Het wordt zo stillaan wat moeilijk om vernieuwend te schrijven. Elke dag is gelijk. We staan op, de leerlingengroep wordt vervoerd naar Nyakabiga, we eten samen choco en confituur, we werken, nemen pauze om onze BMI op te krikken met oliebollen, werken, eten middageten gelijk koningen, werken, nemen terug pauze met een fruitje, werken het laatste zweet uit onze poriën, eten nog eens gezamenlijk het dagdagelijkse buffet (rijst, aardappel, spaghetti, bonen, soort vlees) en sluiten af met een biertje. Zo, nu hoef ik eigenlijk niet veel meer te schrijven, want elke dag is copy-paste. Er zullen weinig foto’s zijn, want er is geen wifi. Ik maak even verbinding via 4G om deze tekst te kunnen posten. Dit is nogal traag, dus foto’s bewaar ik voor een volgende sessie.

Vandaag daarentegen vliegen we er op uit. Ik schrijf dit eigenlijk altijd de dag erna en voor een wiskunde-expert die kan rekenen dat we dus al zaterdag zijn. We vertrekken met de groep eens vanuit Kuwinterekwa (omgekeerde volgorde) en van daaruit rijden we naar Nyabikere (onze boerderij) voor een rit van ongeveer 2,5 uur, daarna naar Gitega (eens naar de markt kijken), dan naar Mutwenzi (ons MPI waar we in 2011 werken zijn gaan doen) en we sluiten af op een mooi terras aan het Tanganikameer om onze dorst te lessen. Dat is hier wel nodig. Ik moet zeggen dat we hier mateloos verwend worden. Ongezien in de jaren dat ik hier mag komen. We spreken nog maar over watermeloen en hij ligt al op tafel. Er is een afzonderlijke drankfrigo geplaatst waar we elke dag fris water, sprite en bier kunnen uithalen. Nooit gezien. Vroeger moest je het hier van de daken roepen dat je op uitdrogen stond, maar nu worden we overspoeld. Heel fijn natuurlijk én ook nog eens allemaal gekoeld. Het kan niet op. Daarom wordt er ’s avonds ook al eens een pintje genuttigd. Meestal niet meer, als je weet dat 1 flesje uit 72cl bestaat. Gisteren hadden we dan ook een dipje van de zon en vermoeidheid. We hebben een uurtje siësta genomen en ook wat vroeger gestopt. De planning zit geweldig goed. Normaal kan de verlichting tegen dinsdag afgewerkt zijn. De computerklas tegen maandag en tegen dinsdag de kasten. De zonnepanelen schieten ook goed op, wetende dat onze specialisten van ATS (Colin en Gianni) zondagavond toekomen om ons te helpen. Ook daar schat ik in dat woensdag of donderdag de werken zullen afgerond zijn. Dinsdag en woensdag gaan we naar de lagere school om daar een computerklas te gaan in orde stellen. Zo loopt de planning op wieltjes. Het is natuurlijk aangenaam te weten dat we mogelijks 1 of 2 dagen extra vrijaf gaan kunnen hebben. Op die manier kunnen we het aanbod doen van eens buiten de schoolpoort te komen en het lokale leven op te snuiven.

Ik ben afgeweken. Gisteren gingen we iets drinken. Twee straten verder dan de school is er een hotelletje met een zwembadje en terras. We wagen ons al een paar honderd meter verder de straat op. Iedereen, behalve dhr. De Lepeleire en dhr. Cattoir, gaat mee. Ze beginnen wat moe te worden of last te krijgen van darmperikelen. Ze zijn niet de enigen. Bij aankomst zien we dat het kleine zwembadje goed bevolkt is. Onze broeder trakteert ons op een frisse Cola of een biertje. Het wordt een aangename babbelavond met spetterend chloorwater rond onze oren. Al is het maar dit, we zijn toch eens buiten de vier muren. Het geeft even een gevoel van vakantie. Oui monsieur, pour nous un p’tit verre, on a soif! Ons Frans is hier niet altijd van het hoogste niveau maar met Le Grand Jojo geraak je toch al ver. Tot binnenkort!

Burundese groeten.

Woensdag en donderdag 7/8-8/8: Vapona

Schrijver van dienst: Bart Bruggeman

Beste Moeazzin, ik ga hier nu geen Brusselmansiaanse uitspraken doen, maar ik denk toch wel enigszins in dezelfde richting als ik u op dit vroege uur moet aanhoren. Vijf uur is namelijk vrij vroeg om wakker te zijn als je de hele dag door deze temperaturen sloft. Ik moet toch een paar dingen rechtzetten als schrijven van dienst:

1) Als er fouten in mijn tekst staan, dan excuseer ik me bij voorbaat. De omstandigheden zijn niet altijd perfect om in de pen te kruipen. De temperaturen blijken ook mijn schrijfbrein aan te tasten.

2) De teksten zijn een persoonlijk betoog. Mijn aanvoelen zal waarschijnlijk wat anders zijn dan de leerlingen en collega’s die hier voor het eerst zijn. Met die reden gaan we ook hen even aan het woord laten, van zodra er tijd en zin voor is.

3) Ik verblijf, samen met collega dhr. Cattoir op de plaats van de werken in Nyakabiga. Een wakkere burger had dit al gememoriseerd, maar ook ’s nachts verblijven we hier terwijl de rest naar de andere school rijdt. Verhalen over onze ijverige islamaanhanger, matras- en andere beschrijvingen zijn lokaal en kunnen wel wat verschillen met het luxehotel van onze andere collega’s.

4) Tijd. Die is ook hier altijd te kort. Don’t blame us als er niet elke dag een lijvig verslag online komt. We doen ons best jullie te informeren, maar er moest hier precies ook wel nog wat gewerkt worden.

Voila, nu dit rechtgezet is kan ik mij weer toespitsen op de orde van de dag.

Woensdagnacht rond drie uur, ja, ik moet ook al eens een afwateringske doen sinds ik de 50 gepasseerd ben, merkte ik op dat ik precies op de luchthaven lag. Een leger van muggen probeerde mij Oekriaans te belegeren. Het Amazonmuskietennetje deed alles wat het kon om de aanvallen af te weren. Ik was in oorlog en ik moest nog steeds naar de wc. In Rambo-stijl (wie dit kent wordt ook al wat ouder), spring ik het bed uit en vlucht naar de aanpalende badkamer om de primaire behoefte in te lossen. Een tactische benadering van deze veldslag drong zich op.  Dat immense gat boven het raam moest vandaag dicht om verdere invallen te voorkomen. Een bespreking met broeder Désiré, opperbevelhebber, moest ervoor zorgen dat de oplossing kwam. Het valt me op dat onze broeders enorm hun best doen om ons een aangename tijd te bezorgen. We vragen: ze regelen het. Elke dag voorzien ze een goed gevulde frigo met Sprite, bier en water. We hoeven ze maar te bellen en ze springen. Bovenal is er elke dag vlees of vis. Dit zijn astronomische uitzonderingen.

Normaalgezien is dit zeer duur en komt dit maar heel sporadisch op de tafel. Hier hebben we die kans al elke dag mogen meemaken. Net zoals in het thuisland is niet elke dag een feestmaal om naar uit te kijken, maar ze doen enorm hun best. Dus nu ook met mijn verdedigingslinies. In de namiddag waren de ‘hulpjes’ al een kadertje aan het timmeren om de ramen af te dichten met muggengaas. Er werd ook liquide mosterdgas aangeleverd om in het stopcontact te steken. Het kan ook een ordinair Vaponastickje zijn, maar dan een Chinese versie. Met twee muggebakjes en gaas voor de ramen is de tegenaanval ingezet. Achteraf blijkt dat het gaas zijn werk wel degelijk doet, maar ze gaan gewoon op de bakjes zitten lachen. Zeer raar. De digitale aanval is afgeslagen. Dan maar ouderwets analoog en slaan voor dood. Later zal blijken dat de oorlog door mij werd gewonnen, ondanks nog enkele pogingen van wat geradicaliseerde zelfmoordterroriserende muggen. Ook in hun maatschappij heb je blijkbaar ook aanhouders die niet afgeven. Het is meestal hun laatste actieve daad voor ze mijn pantoffel op de neus krijgen.

Over de culinaire uitspattingen van mevrouw Jacobs wil ik ook nog zeker een stukje spenderen. Zij tovert – bijna letterlijk – het eten op tafel. Gaande van maaltijdsoep tot goulash met verse groentjes, gefrituurde bananen in de wok (man, man, goed!) met pasta,… In de pauze een papje, pannenkoeken en zelfs oliebollen! Er is nu reeds afgesproken dat ze de volgende keer ook de avondmaaltijden voor haar rekening mag nemen. Het is alvast een grote meerwaarde om een kok in dienst te hebben wat voor wat afwisseling zorgt in spijs. Top!

Werkdag. Iedereen ziet er redelijk fris uit bij aankomst op de werf. Vrij goede slaap blijkt de gemene deler te zijn. We begeven ons naar de eetruimte alwaar het ochtendgebed het startschot geeft om de magen de vullen. Het ontbijt wordt vergezeld van choco, speculooskoekjes, confituur, pindakaas, koffie en citroenthee. Wetende dat we vroeger enkel een boterham kregen met Blueband-boter en een lepel suiker, is dit alweer een feestmaal. Een paar kilo’s afvallen zit er niet in. Na het afsluitend gebed starten onze werken rond 8u30. Iedereen kent zijn taken. Heavenly en dhr. De Valck doen verder met het vernieuwen van de armaturen in de klaslokalen. Ian en dhr. De Lepeleire zijn bezig in de regio van de kapel, eveneens met lampen te vervangen. Giovanni en dhr. Van Herreweghe zijn bezig in de slaapzalen van de jongens. Dhr. Cattoir en Arne gaan een zekeringskast vernieuwen in de opslagplaats van de keuken van de leerlingen. Ikzelf neem deze in de bibliotheek onder handen. Ik voorzie alvast rond bovenstaande enkele foto’s.

We nemen altijd pauze om 10u30. Tegen 12u30 stoppen we om te eten en in de namiddag nemen we pauze om 15u30. De pauzes zijn meer dan welkom. We drinken heel veel want het is echt wel warm. Ondanks de kleine ongemakjes wordt er niet gezaagd in de groep. De sfeer zit zeer goed en er wordt stevig doorgewerkt. Een dreamteam on the road. We houden jullie verder op de hoogte. Tot binnenkort.

Uw schrijver van dienst

Korporaal Bart Bruggeman.

Dinsdag 7 augustus

Schrijfster van dienst: Mvr. Jacobs.

We hebben er de derde nacht in Burundi opzitten.

Voor het eerst heb ik beter geslapen. Slapen onder een muskietennet lijkt al meer gewoon en de nachtgeluiden klinken vertrouwder. Ik begin zelfs gewoon te raken aan de harde matras en het kussen gevuld met, ik weet niet wat het is, maar het voelt toch wel ok.

Deze ochtend om zes uur werd ik wakker gemaakt door gezang. Na een gesprek met broeder Désirée kwam ik er achter dat het de broeders waren. Zij starten elke ochtend om zes uur met hun ochtendgebed. Daarna stappen ze samen in de hippe Jeep van de broeder en gaan ze in de kathedraal van Bujumbura naar de ochtendmis. Rond kwart na zeven zijn ze terug en brengt de broeder ons naar Nyakabiga . Mijnheer De Lepeleire vooraan, de broeder aan het stuur. Mijnheer Van Herreweghe, mijnheer De Valck en ikzelf op de achterbank en de vier leerlingen in de koffer gepropt.

Gisterenavond had ik een gesprek met broeder Désirée. Hij is de directeur van onze school in Kuwinterekwa. De school biedt onderwijs aan voor kinderen van 3 tot 18 jaar oud. Volgend schooljaar starten er 1135 leerlingen. Een heleboel te weten dat er voor deze hele groep een lerarenkorps van slechts 56 mannen en vrouwen klaarstaat. Het maximum aantal leerlingen per klas is 46!!!

Geef toe. Een hele uitdaging. De kwaliteit van het aangeboden onderwijs in de school is zeer goed. Leerlingen krijgen er op een hoog niveau les. Niet slagen voor een vak betekent een herkansing. Slaagt de leerling dan nog niet, dan kan hij/zij het volgende schooljaar niet meer starten. Kans verkeken. Kort door de bocht is de eerste gedachte, maar qua motivatie kan dit tellen.

Elke leerkracht in Burundi dient een diploma te behalen aan de universiteit alvorens hij/zij les kan en mag geven. Deze opleiding duurt drie jaar. Je kan ze vergelijken met een bacheloropleiding die we bij ons België kennen. De leerkrachten in onze scholen in Burundi verdienen (omgerekend) 120,00 euro per maand. Een schooljaar les volgen in Kuwinterekwa kost 150,00 euro per leerling. Serieuze bedragen te weten dat het gemiddelde loon van de Burundezen ongeveer 1,00 euro per dag bedraagt.

Niettegenstaande de wettelijke leerplicht in Burundi (kinderen van 7 tot 13 jaar zijn verplicht om onderwijs te volgen), krijgt niet elk kind de kans onderwijs te volgen. Voor heel wat gezinnen is de kostprijs  te hoog. De controle door de overheid is heel beperkt.

Burundi staat in de top 5 van armste landen ter wereld. Een top waar je niet in wil staan denk ik dan. De armoede is hier echt voelbaar. We zitten hier met onze groep in afsloten omgevingen. We komen niets tekort. Hebben meer dan voldoende eten meegebracht via de container en kunnen genieten van lokale groenten en fruit. Er is melk en er zijn eieren.

Misschien vindt u het raar dat ik dit schrijf, want in België zijn dit oh zo normale zaken. Hier in Burundi is dit echter niet zo. De levensomstandigheden zijn hier behoorlijk anders dan we gewend zijn. Veel mensen wonen in eenvoudige huizen zonder stromend water of elektriciteit. De gezondheidszorg is beperkt, wat invloed heeft op de algehele levenskwaliteit. Werkgelegenheid is schaars en de meerderheid van de bevolking is arm.

Toen we hier zondag toekwamen en onze kamer toegewezen kregen, vond ik het de normaalste zaak van de wereld dat ik de kraan kon opendraaien en het stuk zeep op de lavabo kon opnemen zodat ik mijn handen kon wassen. Groot was mijn verontwaardiging toen er geen water uit die kraan kwam. Dit kon toch niet. Water, kom zeg. Dit is toch echt wel basis. Na drie nachten sta ik met mijn voetjes op de grond. Ik ben blij met het dunne straaltje water dat uit de douchekraan komt. Ik geef er zelfs niet om dat het water koud is. Ik stap er gezwind onder. Blij met de zeep, shampoo en conditioner die ik kan gebruiken. Fris gewassen, stap ik iets later in de Jeep van de broeder en zoals elke ochtend maken we de rit naar de school in Nyakabiga.

Ook op dag drie kom ik ogen te kort. Het beeld van de vrouwen en kinderen die aan kraantjes hun bidons met water staan te vullen, maakt dat mijn dankbaarheid voor de genomen douche nog groter is.

Het valt mij op dat de groep mensen die langs de kant van de straat staat te wachten op de bus veel groter is dan gisteren. Broeder Désirée vertelt dat dit komt omdat de brandstof enorm duur (omgerekend 2,00 euro per liter) én schaars is. Heel wat mensen zullen niet op hun werk raken of een andere oplossing moeten zoeken. Inventief zijn ze wel die Burundezen. Koffers van taxi’s, open laadbakken van vrachtwagens, met drie op een brommer, het zijn maar een aantal voorbeelden van de manier waarop ze op hun bestemming proberen te geraken.

Wat me ook treft, is de manier waarop heel wat Burundezen gekleed gaan. De vrouwen dragen met een terechte fierheid, heel mooie, kleurrijke gewaden. We zien heel wat mannen in pak en ik kan je verzekeren, een zonnebril om je te beschermen tegen de verblindende, witte kleur van hun hemd is echt geen overbodige luxe.

Terwijl ik hier een kort verslag van mijn eerste ervaringen in Burundi zit neer te schrijven (het is nu 9.00 u.), is onze groep al terug aan de slag gegaan. Er zit schwung in, het is plezant om te zien hoe ze verder willen doen. Zoveel mogelijk op zo weinig mogelijk tijd. Onze leerlingen zijn een voorbeeld. Wat ben ik stiekem zo oprecht fier op deze groep van 4 die hun vrije tijd opgeven om de ervaring van hun leven aan te gaan. Geen gezaag, geen gemor, eten wat de pot schaft, hun plan trekken, sociaal wezen, vooruit willen, lachen met elkaar, ach, ze horen het toch niet, maar het zijn schatten. Ze communiceren met de broeders in hun beste Frans en proberen zelfs een woordje Kirundi op te steken.

Burundi, onze scholen hier. Door de talrijke verhalen die ik hoorde van de collega’s die hier reeds verschillende keren zijn geweest, spraken ze al langer tot mijn verbeelding. Ik solliciteerde voorzichtig naar de functie van  “kookmoeder” en kreeg de job. Wat ben ik blij met de kans die ik kreeg om hier naar toe te komen. Ook voor mij is dit een serieuze ervaring. Op heel veel vlakken. Ik geniet van kleine dingen. Het frisse water in mijn drinkfles, een lekker pintje aan het einde van de werkdag, buiten eten maken, het gezelschap, rondlopen op het schooldomein, mijn ogen uitkijken.

Deze middag gaan we voor een oervlaams gerecht. Vol au vent met puree. Ik trek graag naar mijn buitenkeuken en geniet al met het vooruitzicht de hongerige magen straks te kunnen vullen.

Burundi, je hebt nu al een klein beetje mijn hart gestolen.

Maandag 5/8 : We starten op

Schrijver van dienst: Bart Bruggeman.

Maandag 5 augustus, 5u08. Wie enigszins thuis is in godsdiensten weet al waar de klepel hangt. Als je dacht te kunnen wachten tot je wekker je uit je rust haalt, dan ben je wel even verkeerd. De Moeazzin ROEPT je wel lekker de stuipen op het lijf. RIP slaap. Ik besluit om me uit mijn stromatras te hijsen. Bij nader onderzoek die dag valt het bij de rest van de groep best mee die matrassen. Desalniettemin kruip ik in de digitale pen om het eerste verslag voor jullie neer te schrijven. De eerste broeders ontwaken en begeven zich naar de kapel voor de dagelijkse traditie van het gebed. Om 7u15 vertrekken de collega’s en leerlingen vanuit Kuwinterekwa. Een kwartiertje later zitten we met z’n allen aan tafel. Aangezien onze container nog niet open is, genieten we van het Burundese ontbijt: wit toastbrood met Blueband-boter en verse honing. Dat laatste is wel een veredelde optie die normaal niet standaard is. Toch kijk ik al uit naar de opening van de container. Lang leve Nutella. De dag start meteen na het ontbijt. Met Burundese koffie sta je er normaal sterk op, al is de hoeveelheid poeder wel nog een werkpuntje van Broeder Koffie. 8u30. We starten met het openen en legen van de container. Met enig geluk krijgen we hulp van onze donkere broeders. Mij was het al even ontgaan maar wie wist nog dat je ZOVEEL in een container kunt proppen. Keukenmateriaal, batterijen, zonnepanelen, Christelijke beelden, kaders, ornamenten allerhande, kledij, werkmateriaal, ladders, frigo, noem maar op. Alles wordt verzameld in een leslokaaltje dat nu tijdelijk dienst zal doen als magazijn. Met de extra hulp die we krijgen verloopt alles op voetjes. Al is er even een moment van wantrouwen als de batterijen van de schroefmachines niet te vinden zijn. Een kleine panische aanval manifesteert zich bij dhr. Cattoir. Met wat hulp van het thuisfront (dank u meneer De Kuyper) hebben we het licht gezien en zijn de batterijen boven water gekomen.

Alles heeft trouwens wel wat vocht gezien in het metalen mastodont. Een opmerkelijk oog ziet ook dat hij wat deuken heeft opgelopen en wat laswerken heeft ondergaan. We zijn alvast blij dat hij niet zwartgeblakerd de aankomst heeft bereikt. Ook tegen de middag vormt er zich enige spanning. Mvr. Jacobs – chefkok van dienst – is ijverig bezig met haar popuprestaurant te organiseren. Tafels worden aangebracht, de ijskast van dienst ingeplugd en het gasvuur aangesloten. Het had wat voeten in de aarde om dat laatste in orde te krijgen. 18 telefoons, 3 specialisten, 2 gaskoppen en heel veel discussies verder kwam er toch een profijtig vlammetje opdagen. Net op tijd om nog snel iets te kunnen koken, al was de elektrische wok ook een aanwinst voor de keukenprinses. De aardappeltjes met goulash werden gesmaakt door de hele groep. We zijn gelanceerd.

In de namiddag werden de groepjes verdeeld en werd er manu militari gestart met het werk. Mnr. De Lepeleire krijgt hulp van Ian, Mnr. Van Herreweghe krijgt Giovanni aan zijn zijde, Mnr. Cattoir en Arne vormen het volgende dreamteam en Mnr. De Valck mag met Heavenly een groepje vormen. Je kan je natuurlijk afvragen waar mijn compagnon zit. Ik draai allround. Sloten regelen, SIM-kaarten, verslag, foto,… voor dag 1 althans. Er wordt achter de schermen ook wel het 1 en ander geregeld. De uren vliegen voorbij en het avondeten staat al snel voor de deur. We eten op dezelfde locatie als waar we werken (Nyakabiga). Het eten is pas voorzien om 19u30. Ideaal om daarvoor de dorstigen te laven. De broeders zijn ons zeer gezind en beginnen ondertussen te snappen dat we bierliefhebbers zijn. Een klein, fris pintje van 72 cl eigenen we ons met plezier toe. Wist je dat Burundezen veelal warm bier drinken? Zelfs op terras vragen ze of je warm of gekoeld wenst. Der moeten van soorten zijn, zeggen ze. De lokale keuken voorziet de  avondmaaltijden. Ook dat is een ervaring. Ik som even op: rijst, gebakken aardappelen, bonen, een elastisch stuk vlees en gebakken banaan. Als er ooit een dag komt met een andere menu, dan laat ik het zeker weten. Er is steeds fruit als dessert. Iedereen is enthousiast over de lekkere en zoete bananen. Na het dessert vervoert broeder Désiré de groep terug naar ‘huis’ (lees: Kuwinterekwa). Het licht is uit. Genoeg gewerkt voor dag 1. We keken en zagen dat het goed was. Tot binnenkort.

Zondag 4 augustus: het vertrek

Schrijver van dienst: Bart Bruggeman.

3u15. Wat een woelige nacht! Zijn het die laatste keer frieten van gisteren die op de maag bleven liggen of toch die hersenspinsels die ervoor zorgden dat de nacht niet vlekkeloos verliep? Niet overslapen was de opdracht. Ok, maar dan toch liefst niet zo vroeg. Geen gemekker, vandaag is D-day!

Gezwind spring ik onder de douche, met het besef dat het wel even kan duren voor ik mij terug in zo’n luxepositie bevind. Bij een stevig ontbijt niet vergeten malariapil nummer 2 te lanceren. Ik doe alvast een laatste materiaalcheck, zoals het een goed soldaat betaamt. Ik ben er niet 100% gerust in. Gisteren was ik geweldig aan de valiesinvulling gestart, tot wanneer ik op het sublieme idee kwam deze eens te wegen. Zes-en-een-halve kilogram te veel in de doos. Ja hallo. Schiften werd de boodschap. Propere schoenen, snoepen, koeken, spelletjes, cadeautjes,… adieu. Eén voor één werden mijn kleine geneugten afgenomen en kwamen de voetjes op de grond. “De basis is meer dan genoeg jong”, hoor ik mijn hersencellen roepen tegen elkaar. Ik ben het niet altijd met hen eens.

5u15. De auto richting Wetteren. Bij aankomst stond al een heel leger van collega’s, ouders en aanverwanten de oprit van de school te sieren. Dat laatste is misschien wat overroepen gezien het vroege uur. Iedereen is op tijd en de busjes zijn vertrekkensklaar. Een hartelijk afscheid, gaande van kleine handopsteking tot innige omhelsing, tot gevolg. We zijn ermee weg.

We zijn te vroeg. Wie vertrekt nu al om 6u00 vanuit Wetteren om tegen 10u30 op te stijgen? Overmoed bij reservatie resulteert in piepogen bij de incheckbalie. Althans, de donkere wachtrij ervoor. De donkere medemens voor ons geeft enige geruststelling dat we wel degelijk de juiste rij aan het volgen zijn. Ondanks alle verwachtingen in, slagen we voor de gewichtstest met z’n allen. Wat een ervaring, vooral voor onze pupillen die dit voor het eerst meemaken. Er staan zelfs 2 luchtdopen op het programma deze dag. Ian en Arne hebben de stalen vogel nooit eerder betreden. We zijn blij dit samen met hen te mogen meemaken. Winkels, koffie en een knabbeltje vullen onze wachttijden. We belanden net op tijd aan de gate om te boarden. Natuurlijk waren we op tijd vertrokken van die veel te dure koffietafel, maar tegenwoordig vinden ze het nodig om je paspoort 21 keer te controleren. We zien er misschien niet fris uit, maar het zorgde wel voor enige vertraging met gepaarde frustratie. Geen paniek. We zijn op tijd, althans wij. Het vliegtuig daarentegen beslist om met enige vertraging te taxiën. Met een goed half uur delay kijk ik richting onze leerlingen. Arne, Giovanni, Ian en Heavenly. Weinig tot geen angstzweet te bespeuren. De stoere binken aanhoren het geronk van de brullende motoren en de vertrekkende wielen. Een misplaatst grapje van een vallend boutje uit de vleugel wordt toch gesmaakt. We zitten in de lucht. 850 km per uur. Geef maar gas piloot, want het is lang genoeg vliegen. De hele vlucht wisselen slaappartijen, films, series, spelletjes en een korte babbel zich af. De grootste uitstap is die naar het veel te kleine toilet. Om een lang verhaal wat in te korten landen we omstreeks 19u15.

De luchthaven is nog geen haar veranderd. En toch… ze hebben nieuw speelgoed gekregen. We dienen zoals volleerd gespuis onze vingerafdrukken digitaal af te geven. Een semi-professionele webcam, hooguit van bij Amazon.com, neemt een foto van ons aangezicht. Op naar de bagageband. Er is één groot voordeel. Je kan niet missen. Er is er maar één. Druppelsgewijs komen onze valiezen erdoor. En toch… ééntje te kort. Ik zie Heavenly beteuterd kijken terwijl we al met een paar uit de massa dienen door te schuiven. Mnr. Van Herreweghe is ridder van dienst en blijft aan haar zijde, samen met mnr. De Lepeleire en Mvr. Jacobs. Na wat interessant gedrag van een overijverige luchthavenmedewerker kwam uiteindelijk toch de valies boven water. Ondertussen stond een hele delegatie aan broeders ons al enthousiast op te wachten. Iedereen kijkt zijn ogen uit. We zijn in Afrika.

De broeders zijn gesoigneerd met een nieuwe bus. Jawel, ik gebruik hier bewust geen verkleinwoord. Het is namelijk een type om jaloers op te zijn. Elke dag maken ze gebruik van dit voertuig om kindjes van Kuwinterekwa (de nieuwe school in Bujumbura) te vervoeren naar Nyakabiga (het college waar we gaan werken). Vergeef me soms de moeilijke benamingen, maar ik probeer jullie deze al wat eigen te maken voor komende dagen. Alles went.

De eerste kilometers over het asfalt in Afrika. Ondanks het al donker is probeert iedereen een beeld mee te pikken en op te slaan in de grijze massa. Kleine winkeltjes, bars, dames met manden op het hoofd, fietsers,… de eerste herinneringen worden gevormd.

We komen aan in Kuwinterekwa waar het grootste deel van de groep zich meteen installeert in hun kamer. Sinds 2019 hebben ze duidelijk geïnvesteerd in Chinese LED-strips van Temu. Op de gevel prijkt onze Lieve Vrouw omgeven door een bad van licht. Het lijkt professioneel en geeft vooral een studentikoze indruk. We voelen ons snel thuis. De hartelijke ontvangst van onze broedergemeenschap gaat gepaard met een welkomstmaaltijd. Groen/oranje soep, rijst, gebakken (al zijn ze ondertussen koud) aardappelen en elastische kip, alles overgoten met een artisanaal provinciaal sausje. Alweer een ervaring. Heb ik al gezegd dat ik het woord ‘ervaring’ wel meer ga gebruiken?  

Dhr. Cattoir en ikzelf verlaten met stille trom de groep onder begeleiding van broeder Bartholomé Verstappen. Volgens ons hebben alle broeders dezelfde achternaam, gezien hun rijstijl. Na een kwartiertje rijden (2 platte katten, 1 bijna kindjesongeval, 2 kromme fietsen en 245 verpletterde raammuggen verder) komen we aan in Nyakabiga om aldaar onze intrek te nemen. Ook hier zijn ze blij ons terug te zien, doch wordt een frisse pint niet afgeslagen na het aanbod. Na een kwartier komt een broeder al zuchtend terug met het koude vocht van de dichtstbijzijnde bar. Ze doen moeite, niet onmiskenbaar. Moe zijn wij ook. 23u30. Het is mooi geweest. Tot morgen.

Een dak boven ons hoofd

Een weekje voor vertrek.

Gezien het in deze periode overal snikkend heet is, blijkt het in Bujumbura best nog redelijk mee te vallen. Komende week gaan ze ons in België al wat voorverwarmen zodat de shock niet te groot is. We verwachten ons daar aan een 31°C overdag, wat best menselijk is.

Zo een container is natuurlijk wel een heet hok, zeker als je die recht onder het zonnetje plaatst. De batterijen zullen daarbinnen niet meteen heel gelukkig worden en daarom hebben we gevraagd een dakje te maken boven de container. Dit zal alvast het ook aangenamer maken om er in te werken. Geen paniek, er is ook een airco voorzien, maar daar moet je wel elektriciteit voor hebben. Dat zal in het begin nog zeker niet het geval zijn.

We tellen af. Nog 7 dagen en we stappen met 10 mensen het vliegtuig op, althans daar gaan we nog steeds van uit. Tot op de laatste minuut blijft het altijd spannend om zo’n grote groep veilig en gezond tot daar te krijgen. Duimen jullie met ons mee? Wij houden jullie hier graag op de hoogte van ons avontuur.

Volg ons op onze Burundi-blog!

4 Augustus is het zover! We vertrekken met een delegatie van de school om zekeringskasten en verlichting te vernieuwen + het plaatsen van een zonnepaneelinstallatie op onze school in Bujumbura. Er is al heel wat water door de zee gestroomd omdit georganiseerd te krijgen, maar nu komt het echt wel dichterbij.

Zowel vooraf hebben we een blog bijgehouden, maar ook terwijl we ter plaatse zijn willen we u graag (iet-of-wat geanimeerd) op de hoogte houden. Volg ons daarom op onze Burundi-blog:

KLIK HIER VOOR ONZE BLOG

Ik hoop toch enkele keren per week een verslagje met wat foto’s voor het thuisfront te voorzien. Deel gerust de link met uw kennissen.

De container is gearriveerd!

Vandaag is de container toegekomen op zijn bestemming. In 2011 hebben we ooit zo’n container naar daar gestuurd en werd hij met een touw rond een boom van de vrachtwagen getrokken. Ideaal als je zo’n berg lampen mee hebt.

Dit keer, geloof het of niet, hebben ze een kraan gebruikt! Ze gaan er wel degelijk op vooruit. Alles was stevig vastgelegd dus dat moet wel wat gerustheid geven. De spaghetti is misschien wel al gekookt tegen dat we er aan komen.